Voor de berekening van de draagkracht van de alimentatieplichtige bestaan speciale rekenprogramma's. Het voert te ver om hier een voorbeeld te geven van zo'n berekening. Het hangt ook van de persoonlijke situatie van de alimentatieplichtige af, hoe de draagkracht precies berekend wordt. In deze paragraaf zal ik op een grove manier weergeven hoe de draagkracht berekend wordt.
Er zijn twee manieren om de draagkracht te berekenen:
Welke methode gebruikt wordt is afhankelijk van het inkomen van alimentatieplichtige en van de voorkeur van de advocaat. Ik heb bijvoorbeeld voorkeur voor de bruto-methode, omdat ik deze wijze van berekenen nauwkeuriger vind. De manier van berekenen is echter grotendeels gelijk.
Een draagkrachtberekening bestaat uit twee gedeelten. In een bruto-berekening wordt dit "boven en onder de streep" genoemd. Boven de streep bereken je het inkomen van de alimentatieplichtige. Onder de streep bereken je het draagkrachtloos inkomen; dit is het inkomen dat een alimentatieplichtige nodig heeft om van te leven. Het verschil tussen beide is het draagkrachtig inkomen van de alimentatieplichtige.
bruto inkomen - draagkrachtloos inkomen = draagkrachtig inkomen
Het voor alimentatie beschikbare deel is dan een percentage van het draagkrachtig inkomen. De hoogte van dit percentage is afhankelijk van de vraag of de draagkracht berekend wordt ten behoeve van de kinderalimentatie of ten behoeve van de partneralimentatie. Tevens is van belang of de alimentatieplichtige moet worden aangemerkt als alleenstaande, alleenstaande ouder of als gehuwde.
Bij de berekening van kinderalimentatie bedraagt het percentage 70% als de alimentatieplichtige wordt aangemerkt als alleenstaande en 50% in de andere gevallen.
Bij de berekening van partneralimentatie zijn de percentages 60% respectievelijk 45%.
Vervolgens wordt de uitkomst weer gecorrigeerd met het fiscaal voordeel, waarna de draagkracht overblijft. Het voert echter te ver om de wijze waarop dit fiscaal voordeel wordt berekend hier uit te leggen.
Het bruto inkomen wordt bepaald aan de hand van drie salaris- of uitkeringsspecificaties. Je houdt hierbij ook rekening met de vakantietoeslag, een dertiende maand of veertiende perdiode, een eindejaarsuitkering en/of een winstdelingsuitkering.
Het draagkrachtloos inkomen wordt bepaald volgens de zogeheten Trema-normen, en bestaat in ieder geval uit de volgende posten:
Het draagkrachtloos inkomen kan uit nog meer posten bestaan, maar dat is afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de alimentatieplichtige. Zo kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met schulden. Hier wordt echter niet altijd rekening mee gehouden. Bij de vaststelling van kinderalimentatie wordt alleen rekening gehouden met schulden, als deze schulden stammen uit de periode van het huwelijk. Bij de vaststelling van partneralimentatie kan ook rekening worden gehouden met andere schulden. Deze schulden dienen dan wel met een goede reden zijn gemaakt. Uw advocaat kan u uitleggen waarom wel of geen rekening wordt gehouden met de schulden.